
Er zijn familiebedrijven die beginnen met vertrouwen en open communicatie, maar ermee eindigen dat de familie elkaar alleen nog via processtukken aanspreekt. Ondernemingen die spreken over loyaliteit en continuïteit blijken soms slecht voorbereid op het meest voorspelbare risico: dat van erfgenamen die elkaar niet meer vertrouwen. Er zijn statuten, testamenten, aandeelhoudersovereenkomsten en fiscale adviezen. Papier genoeg dus, maar al dat papier regelt vooral wie wat krijgt en wie waarover mag beslissen, niet de wil van de voorganger die erachter ligt.
Twee recente zaken laten deze lacune duidelijk zien. In een Curaçaose enquêtezaak over de supermarktketen Esperamos die door twee broers was opgericht, greep het Gemeenschappelijk Hof in nadat binnen de opvolgende generatie zorgen waren ontstaan over de informatievoorziening en het ontbreken van jaarrekeningen. Het Hof benoemde een tijdelijke bestuurder met doorslaggevende stem (GHvJ 26 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:85). …

