Werknemersparticipatie| 6 PE |€ 274,50

Werknemersparticipatieregelingen kennen verschillende vormen. Al deze verschillende regelingen hebben één ding gemeen, ze kennen de werknemers rechten toe. Soms is die toekenning van rechten voorwaardelijk en moet de werknemer aan die voorwaarden voldoen voordat het recht onvoorwaardelijk verworven is. In deze e-learning komen de fiscale, juridische en HRM-aspecten uitgebreid aan de orde.

Ja, ik bestel de e-learning Werknemersparticipatie

Inhoud e-learning:

1) Werken voor het bedrijf of voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit? | Mr. P.M. Pipping-van der Storm | 1 PE

2) Wat kwalificeert als lucratief belang? | Mr. drs. M.J. Oostenbroek | 1 PE

3) Verzekeringsplicht bij werknemersparticipaties | Mw. mr. H.B. Bröker | 1 PE

4) Juridische aspecten van werknemersparticipatie | Mr. F.J.M.E. Koppenol | 1 PE

5) Uitdagingen voor strategisch HRM in familiebedrijven | Dr. B. Kroon | 1 PE

6) Hoe realiseer je een effectief advies? | E. van der Velden AA | PE

Zie onderstaand voor gedetailleerde informatie voor de onderwerpen van de e-learning.

E-learning werknemersparticipatie

1) Werken voor het bedrijf of voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit? | Mr. P.M. Pipping-van der Storm | 1 PE

In deze e-studie wordt ingegaan op de werknemerseis voor de doorschuiffaciliteit. Deze geldt bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen. De diverse begrippen uit het vereiste, namelijk ‘dienstbetrekking’, ‘onmiddellijk voorafgaand aan de schenking’ en ‘de vennootschap waarop de aandelen betrekking hebben’ worden nader toegelicht. Hierbij worden enkele praktische voorbeelden gegeven waarin wel of geen sprake is van een dienstbetrekking en worden de diverse goedkeuringen van de staatssecretaris behandeld. Uitgangspunt is steeds een aandeelhouder die tenminste 5% van de aandelen houdt in een BV (aanmerkelijk belang).

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-studie weet u:

  • wanneer sprake is van een dienstverband (en wanneer niet) met het oog op de doorschuiffaciliteit;
  • wanneer voldaan is aan het werknemersvereiste van de doorschuiffaciliteit.

2) Wat kwalificeert als lucratief belang? | Mr. drs. M.J. Oostenbroek | 1 PE

In deze e-learning gaat de auteur in op de lucratiefbelangwetgeving. Voor de inkomstenbelasting wordt een lucratief belang belast onder de noemer ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Gevolg is dat de voordelen worden belast tegen een progressief tarief in box 1. Als het lucratief belang middellijk wordt gehouden (dus via een vennootschap) is het mogelijk om de voordelen uit een lucratief belang in box 2 te laten belasten (dus in plaats van box 1). Dit kan in de praktijk een planningsmechanisme zijn en uitkomst bieden als onzeker is of een belang als lucratief kwalificeert of niet.

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-studie weet u:

  • welke vermogensrechten als lucratief belang kwalificeren;
  • op hoofdlijnen wat de knelpunten van de lucratiefbelangwetgeving zijn.

3) Verzekeringsplicht bij werknemersparticipaties | Mw. mr. H.B. Bröker | 1 PE

Op de huidige, krappe arbeidsmarkt is het belangrijk om sleutelfiguren te binden aan het bedrijf. Werknemersparticipatie kan hiervoor een goed instrument zijn, mits de gevolgen goed in kaart worden gebracht. Eigenaren van de onderneming kwalificeren veelal als directeur-grootaandeelhouder (dga). Als zodanig zijn zij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Door participatie kan echter de zeggenschap in de onderneming veranderen, waardoor de kwalificatie als dga op de tocht komt te staan. Reden om de verzekeringspositie eens nader onder de loep te nemen.

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-learning kunt u:

  • in verschillende situaties beoordelen of iemand als directeur-grootaandeelhouder kwalificeert;
  • beoordelen welke vormen van participatie een invloed kunnen hebben op de verzekeringspositie.

4) Juridische aspecten van werknemersparticipatie | Mr. F.J.M.E. Koppenol

Bepalingen over vertrek van de werknemer (good leaver en bad leaver) en verkoop van de onderneming (exit) zijn belangrijke onderdelen van een werknemersparticipatie. De meest voorkomende structuren hebben elk voor- en nadelen op die punten, alsook op het gebied van (werknemers)rechten en overdraagbaarheid. Certificaten, opties en stock appreciation rights (SAR’s) (ook wel schaduwaandelen genoemd) zijn daarin flexibeler dan aandelen. De wijze van formuleren kan een groot verschil maken.

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-learning weet u:

  • waarom vertrek van de werknemer (good leaver en bad leaver) en verkoop van de onderneming (exit) relevant zijn voor een werknemersparticipatie;
  • welke structuren voor werknemersparticipatie doorgaans worden gebruikt;
  • wat de voor- en nadelen van die structuren zijn.

5) Uitdagingen voor strategisch HRM in familiebedrijven | Dr. B. Kroon | 1 PE

In deze e-learning wordt ingegaan op hoe human resource management (HRM) strategisch kan worden ingezet om de doelen van de organisatie te behalen. Wanneer de familie behalve door eigendom, ook door management en als werknemer in de organisatie betrokken is, heeft dat gevolgen voor de inrichting van het personeelsbeleid. In deze bijdrage leert u waar u voor moet waken, maar ook inzien welke unieke voordelen familiewerknemers kunnen bieden voor familiebedrijven. Dit geeft inzicht in kansen en bedreigingen van personeelsbeleid in familiebedrijven.

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-learning kent u:

  • hoe kenniskapitaal, sociaal kapitaal en sociale uitwisselingsrelaties bijdragen aan de prestaties van de onderneming;
  • wat strategisch human resource management betekent voor de familie in het familiebedrijf;
  • wat ten aanzien van niet-familiepersoneel overwogen moet worden.

6) Hoe realiseer je een effectief advies? | E. van der Velden AA | 1 PE

Adviseren behoort tot de corebusiness van de accountant en fiscalist. De vraag is alleen hoe je de kwaliteit van de advisering het beste borgt. Niet alleen in de communicatie met je klant, maar ook qua werkzaamheden en dossiervorming. En moet je voor elke opdracht hetzelfde doen of geldt de wet van schaalbaarheid? Want het ene advies is het andere niet.

Leerdoelen

Na het volgen van deze e-learning weet u:

  • wanneer is een advies effectief?
  • welke categorieën advies zijn er?
  • welke werkzaamheden moet je minimaal uitvoeren bij een adviesopdracht?

Ja, ik bestel de e-learning Werknemersparticipatie